De oudere hondOuderdomskwalen
Het is bekend dat bij oudere dieren diverse ouderdomskwalen kunnen ontstaan.In het onderstaande artikel wat meer informatie voor u als baasje van een (aanstaande) senior hond. Als honden ouder worden, ontstaat de kans op ouderdomskwalen zoals:
- nierproblemen
- het niet meer zindelijk zijn
- vermageren
- arthrose (gewrichtsproblemen)
- tumoren
- slechter zien en horen
- gebitsproblemen
- verminderde hersenfunctie (dementie).
Oudere dieren hebben vaak wat extra ondersteuning nodig. Een goede basis wordt gelegd door uw hond een speciaal seniorendieet te geven. Een dergelijk voer heeft een speciale samenstelling: naast een aangepast energie-gehalte heeft het een verhoogde verteerbaarheid en bovendien worden lever en nieren ontzien. Hierdoor kunt u de kwaliteit van leven van uw hond zo groot mogelijk houden. Wij adviseren een seniorenvoer te geven vanaf de leeftijd van 5 jaar (zeer grote honden) of vanaf 7 jaar (overige honden).
Mocht uw hond een van de volgende verschijnselen hebben dan is het verstandig om bij ons langs te komen zodat we uw hond uitgebreid kunnen nakijken:
Gebitsproblemen
uit de bek stinken
minder eetlust
wil geen warm of koud eten
dit kan worden veroozaakt door: tandsteen, ontstoken tandvlees of aangetaste kiezen of tanden.
Gewrichtsslijtage (arthrose)
minder actief
moeilijker overeind kunnen komen
pijnuitingen
Nierproblemen
meer gaan drinken en plassen
minder eetlust
vermageren
slechte adem
overgeven en/of diarree
lusteloosheid en zwakte
Hartproblemen
sneller vermoeid, minder uithoudingsvermogen
hoesterigheid, met name ´s morgens vroeg
vermageren of juist een dikke buik krijgen (door vocht vasthouden)
Tekenen van hersenveroudering (ook wel dementie genoemd) bij honden
De hond vertoont desorientatie verschijnselen:
weet de weg naar huis niet goed meer te vinden / wil bij de buren naar binnen
lijkt in een onbekende omgeving verloren te zijn en later ook in een bekende omgeving
herkent kennissen en later de eigenaar niet meer
is minder alert en vertoont doelloos gedrag (rondjes lopen, ijsberen)
staart in de ruimte of naar de muur
De hond heeft geen ruimtelijk inzicht meer:
wil door kleine openingen gaan
zit regelmatig klem tussen objecten en blijft dan zo staan
De hond heeft minder interactie:
begroet familieleden niet meer
reageert niet meer op aanhalen
vraagt niet meer om aandacht
speelt minder vaak met familieleden of andere honden
reageert niet meer op mondelinge opdrachten
De hond heeft een verstoord slaappatroon:
slaapt meer overdag en/of minder 's nachts
slaapt zowel overdag als 's nachts
doolt 's nachts door het huis
begint zomaar 's nachts te blaffen
De hond is niet meer zindelijk:
vraagt niet meer om uitgelaten te worden
heeft regelmatig "ongelukjes" in huis: doet zijn behoefte in huis, omdat hij vergeten is dat hij buiten moet plassen of poepen.
Twijfelt u over een van de bovenstaande verschijnselen, neem gerust contact met ons op voor extra voorlichting.







